Meditatie

Gods grote daden

"En daar gekomen zijnde en de gemeente vergaderd hebbende, verhaalden zij wat grote dingen God met hen gedaan had, en dat Hij den heidenen de deur des geloofs geopend had."

Handelingen 14:27

De tekstwoorden maken deel uit van het bredere verband van de eerste zendingsreis van Paulus en Barnabas. Het begin daarvan zien we naar voren komen in Handelingen 13. En in deze tekst zien we de afsluiting daarvan naar voren komen. Want Paulus en Barnabas werden uitgezonden vanuit de gemeente van Antiochië in Syrië en daar zijn zij nu ook naar toe teruggekeerd. In deze gemeente wordt dan nu verslag gedaan van alles wat er in deze zendingsreis is gebeurd. Want de apostelen vertellen 'wat grote dingen God met hen gedaan had'. En dat is iets waar we over na moeten denken. Denkt u zich eens in: er had naar onze maatstaven iets heel anders kunnen staan! Denk aan de tegenstand die de apostelen hebben ontmoet en dan nog wel vaak via de Joden?
In Cyprus is er een duivelskunstenaar met een Joodse achtergrond die het Evangelie tegen staat. In Antiochië wordt een vervolging ontketend vanuit de Joden door inschakeling van het stadsbestuur. In Ikónium wordt men bijna gestenigd. In Lystre wordt Paulus daadwerkelijk gestenigd en voor dood achtergelaten. Terwijl in Derbe in alle rust het werk gedaan kan worden. Er had ook kunnen staan dat de apostelen ondanks deze tegenslagen tóch de moed hebben gehad om terug te gaan via alle genoemde plaatsen, met uitzondering van Cyprus. En dat zij daar waar mogelijk toerusting hebben geboden en het werk daarna aan de gekozen ouderlingen hebben overgelaten. Maar we lezen van dat alles niets! Ze zijn juist vol van de grote dingen die God met hen gedaan heeft.
Bemerkt u het karakter van het werk van God? Waar God werkt, zorgt Hij ook voor Zijn eer! Want ondanks al het menselijke wat er toen was én nu, gaat het welbehagen van God door de hand van Christus gelukkiglijk voort! De Heere gaat door met Zijn werk en Hij schakelt er nietige en zichzelf onbekwame mensen voor in. En wat biedt dat een rijke troost, wanneer er de ogenblikken zijn waarin iets wordt gezien van het feit dat de Zoon van God in de tijd uit het ganse menselijke geslacht Zijn gemeente die tot het eeuwige leven is verkoren, vergadert, beschermt en onderhoudt. Wat geeft het dan ook verwondering en verootmoediging in het hart, wanneer het geloof daarin geoefend wordt: en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven. Want dan komt ook het vervolg in zicht. Er wordt namelijk verslag van gedaan, dat God de heidenen de deur van het geloof geopend heeft. Het is net alsof de tekst hier wat meer laat zien van wat nu dat grote werk van God eigenlijk inhoudt. Ook de heidenen - de tekst wijst er niet voor niets op? De Schrift bevestigt zichzelf, want in Handelingen 1 vers 8 was het al toegezegd dat ook de heidenen een plaats zouden ontvangen in het Koninkrijk van Gods genade. En hier beluisteren we er de vervulling van. God heeft de heidenen de deur van het geloof namelijk geopend. Zij die vroeger waren zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld, zijn nu naderbij gekomen. Nu, in Christus Jezus, zijn zij door het bloed van Christus naderbij gekomen. De Kerk gaat zich dan dus uitbreiden van Jood nu ook naar heiden. En letten we er op? God heeft die deur geopend, zegt de tekst! Dat is met andere woorden het werk van God geweest - om in Pafos in Cyprus de stadhouder Sergius Paulus in het hart te grijpen? Om hem van een geïnteresseerd man een arme zondaar te maken, verslagen en verwonderd over de leer van de Heere? God gaf de geloofsdeur in Antiochië, wanneer de heidenen zich gaan verblijden en het Woord prijzen waarin Christus wordt aangewezen als de volkomen Zaligmaker voor een volkomen zondaar. En er zoveel geloven als er geordineerd zijn tot het eeuwige leven. En het is gelukkig nog altijd het werk van God om dergelijke deuren te openen. Deuren worden geopend, wanneer het Woord gaat kracht doen op de harten. Wanneer mensen zichzelf leren kennen als iemand die de deur met opzet heeft dichtgegooid en die nu door eigen schuld niet meer open krijgen kan. Wanneer koorden van liefde dan doen buigen voor God en we getrokken worden om uit te gaan naar het wonder: God bewijst genade om Jezus' wil. Het is God, Die deze deur opent in de genade van een nieuwe geboorte. En het is God, Die deze deur geopend houdt in de genade van de volharding der heiligen. Want wij die leven, worden altijd in den dood overgegeven om Jezus' wil, opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden.
Gods grote daden. Vulden ze vanuit de doorleving van het wonder daarin ooit hart en mond? Herkennen we het van binnen?

Heer', wat goôn de heid'nen roemen,
Niemand is bij U te noemen;
Daden, als Uw grote daân,
Treft men nergens elders aan.

Ds. R.A.M. Visser 

AGENDA

6 mrt -12 ver.
7 mrt +12 ver.
7 mrt +16 ver.
8 mrt 9.30 en 18.30 dienst
15 mrt 9.30 en 19.00 dienst
17 mrt vrouwenver.
18 mrt dienst gaat niet door
20 mrt -12 ver.
21 mrt +12 ver.
22 mrt 9.30 en 19.00 dienst
22 mrt +16 ver.
23 mrt kerkenraadsverg.
29 mrt 9.30 en 15.30 dienst
31 mrt vrouwenver.