Bijbelstudievereniging

COVID 19 maatregelen

De eerst volgende Bijbelstudie avond staat nu gepland op  22 april. We bespreken dan Hebreeën hoofdstuk 10:19 tot en met 11:7.

Deze avond zal in de kerkzaal gehouden kan worden. Dit overeenkomstig de RIVM maatregelen.

Mocht u geïnteresseerd zijn naar de inhoud van wat we tot nu toe besproken hebben, hieronder kunt u een (beknopte) weergave vinden van de inhoud van de avonden.

De avonden starten om 20:00 uur en duren tot 21:30 uur. Als de avondklok weer voorbij is, gaan we door tot 22:00 uur.

Het is goed om u te realiseren dat we geen koffie schenken. Dus neemt u a.u.b. zelf uw drinken mee.

Ondertussen blijft onze hoop op God die, zo belijden wij, alles in Zijn hand heeft.

Tot lof en eer van Zijn Naam.

 

Bijbelstudieavonden

Tijdens de Bijbelstudieavonden van dit verenigingsjaar bespreken we de Hebreeënbrief. Dit aan de hand van het boekje van Ds. W Pieters: Hebreeënbrief, open toegang tot Gods genade troon.
De eerste avond ligt alweer achter ons. Daar kwam o.a. naar voren: 
De Hebreeënbrief is oorspronkelijk geschreven aan Joden. Joodse christenen werden gedwongen om een duidelijke keuze te maken tussen het christendom of hun joodse religie. 
Ze voelden de verleiding om terug te keren tot de meer zichtbare godsdienst (tempeldienst en offerdienst). 
Aanleiding voor de Hebreeënbrief was de joodse christenen te overtuigen dat ze de juiste keuze hadden gemaakt en ze bemoedigen om te volharden in hun keuze Jezus na te volgen. 
Hieronder kunt u een samenvatting van de avond teruglezen

 

Hebreeën (een korte samenvatting van de gehouden inleidingen)

In de vroege kerk (deze periode loopt ongeveer tot 400 na Christus) waren er conflicten met zogeheten judaïzanten, dat waren christelijke gelovigen die aan allerlei joodse gebruiken wensten vast te houden. Hun streven zien vele kerkvaders als een bedreiging voor de identiteit van de christelijke geloofsgemeenschap ter plaatse. Kerkelijke schrijvers slaan daarom in hun verhandelingen nogal eens een polemische toon tegen de joden aan. Ambrosius (we kennen hem als de bisschop bij wie Augustinus in Milaan ter kerke ging) plaatst vaak laatdunkende opmerkingen over joodse spijs- en offerwetten of over voorschriften die betrekking hebben op de besnijdenis, de sabbat en de joodse feesten.

In de vroeg kerkelijke bijbeluitleg is een uiterst belangrijke vraag (de beslissende vraag) of en op  welke manier teksten uit de joodse Schriften in het licht van Jezus Christus kunnen worden uitgelegd! En zo ja hoe! In de evangeliën ligt de kiem voor de christelijke visie dat in Jezus Christus en in het Nieuwe Testament een bijzondere betekenis van de joodse bijbel wordt onthuld.

De Hebreeën brief leest het Oude Testament met het oog gericht op Jezus Christus, de overste Leidsman en onze Hogepriester.

(Bron: de inleiding uit het boek:  Zingen met mijn geest en ook met mijn verstand. Uitleg van het Lukas evangelie door Ambrosius van Milaan). 

Achtergrond Hebreeënbrief
De Hebreeënbrief is oorspronkelijk geschreven aan Joden. Joodse christenen werden gedwongen om een duidelijke keuze te maken tussen het christendom of hun joodse religie. Ze voelden de verleiding om terug te keren tot de meer zichtbare godsdienst (tempeldienst en offerdienst). Aanleiding voor de Hebreeënbrief was de joodse christenen te overtuigen dat ze de juiste keuze hadden gemaakt en ze bemoedigen om te volharden in hun keuze Jezus na te volgen.

Raamwerk brief
De briefschrijver vergelijkt de twee religies, en daagt de lezer uit om te kiezen, welk geloof het beste is. Centraal in de brief staan de superioriteit van Christus (h. 1-10) en de glorie van de Kerk (h. 10-13). De schrijver begint de brief met te bewijzen dat Jezus meer is dan de profeten en meer dan de engelen, en hoe groot de zaligheid door Jezus is.

I. Jezus meer dan profeten
In het verleden sprak God als de profeten spraken. Nu spreekt hij tot ons door de Zoon, en Hij staat ver boven de profeten. Historisch: Jezus is de eerste en de laatste. Door Hem is de aarde gemaakt. Door Hem wordt de aarde onderhouden. En door Hem zal de wereld straks geoordeeld worden. Goddelijke natuur: Jezus is de afstraling van het licht van God. Hij is geen kopie van God, maar Hij heeft dezelfde natuur als God. Hij onderhoudt de wereld, regeert alles en weerhoudt de Satan. Positie: Jezus had de laagste positie: Hij had in de hemel kunnen blijven, maar hij daalde af naar te aarde om te steven voor zondaren. Maar Hij heeft nu de hoogste positie: namelijk aan de rechterhand van God, vol autoriteit.

II. Jezus groter dan engelen
Het gevaar in de tijd van de Hebreeënbrief bestond dat Jezus verward werd met een engel. De schrijver gebruikt het OT om de superioriteit van Jezus te bewijzen. Hij is groter dan engelen want a. Hij is de zoon van God; b. Hij is de vervulling van Gods plan en beloften; c. Hij verdient aanbidding als Goddelijk persoon, engelen geven die aanbidding; d. Hij heeft de autoriteit om te gebieden, en de engelen dienen; e. Hij is Koning, en zijn engelen zijn dienaren; f. Hij heeft de wereld gemaakt, engelen zijn geschapen wezens; g. Hij heeft de zondaren gered, engelen dienen geredde zondaren.
Dat alles bewijst vanuit het OT, dat Jezus van veel hogere autoriteit is dan de engelen.

III. Acht slaan op de grote zaligheid
De Joden worden gewaarschuwd om acht te slaan op de grote zaligheid die wordt aangeboden. Als het woord van de engelen al bindend was, dan is het woord van Jezus die zoveel meer is dan de engelen, dat nog veel meer.
Deze zaligheid is vanaf het begin verkondigd, bevestigd door Jezus zelf en door vele getuigen doorgegeven, bevestigd door allerlei tekenen en wonderen. We kunnen er niet omheen! Zoals Hebreeën 4 zegt, laat niemand van ons achterblijven in het geloven in en het volgen van Jezus.

Hebreeën 2 tot en met  Hebreeën 3:6
Thema: Jezus, onze overste Leidsman, is meer dan de engelen.

Hebreeën 2 begint met het belang van het houden aan het woord wat ons gebracht is. Anders gaan we de verkeerde kant op.
In het hemels koninkrijk zullen de engelen niet regeren. ‘Zoo grote belangen wilde God niet aan Zijne heiligen overlaten; voor zulk een taak zijn engelen te zwak.’
De verzen 6 t/m 8 zijn een citaat uit Psalm 8. Hierin wordt de grootheid van God benoemd en wie de mens op de dag van zijn schepping was. De mens mag heersen over de schepping van God (Psalm 8:7; Genesis 1:28). Mogelijk wijst Psalm 8 met de term ‘de zoon des mensen’ naar Jezus (Matth. 8:20; Markus 2:10 enz.).
Vers 7: Het woord ‘engelen kan ook vertaald worden als ‘goden’ of ‘oudsten’.
‘Een weinig’ betekent ‘een beetje’ of ‘een korte tijd’. Als we deze verzen op Jezus betrekken, zien we dat de Zoon des mensen inderdaad een korte tijd (maar 33 jaar) minder geweest dan de engelen. Engelen sterven niet. Jezus heeft Zich aan de dood onderworpen voor Zijn broederen. Daarna is Hij met heerlijkheid en eer gekroond en regeert over de schepping aan de rechterhand van Zijn vader. 
In vers 9 voor het eerst in de Hebreeënbrief de naam Jezus wordt gebruikt. Mogelijk heeft dat te maken met de betekenis van Zijn Naam ‘De HEERE redt’. Door Zijn dood redt Hij uit de dood.
Vers 10: De paradox: Degene Die hoger is dan alles wat Hij gemaakt heeft, heeft Zichzelf vernederd door te lijden onder Eigen schepselen. 
In de grondtaal staat in plaats van ‘heiligen’ het woord ‘volmaken’ (zie Kanttekening 28 van de Staten Vertaling). Door het lijden van Jezus is de zaligheid van Zijn vele kinderen perfect gemaakt. Matthew Henry benadrukt dat God de Oorzaak is en het Doel: ‘En het betaamde Hem Zijn eigen heerlijkheid te verzekeren in alles wat Hij deed’. Hij zorgde niet voor weinig kinderen, maar voor veel.
Vers 11: ‘uit één’ kan op twee manieren opgevat worden: Het kan duiden op Jezus’ Mens-zijn, maar ook op Zijn afkomst van de Vader (HSV-Studiebijbel). Jezus noemt degenen die Hij geheiligd heeft Zijn broeders. Zij zijn immers mede-mens en door de heiliging ook kinderen van de Vader; hemelse en aardse broeders. Dit bewijst de schrijver vanuit Psalm 22 en Psalm 18. Wat betreft het vertrouwen op God is Jezus het perfecte Voorbeeld. In Jezus zien we ook hoe God wil dat de mensen zijn!
Vers 16 kan op twee manieren worden uitgelegd. (1) Jezus is een Nakomeling van Abraham geworden. (2) ‘aannemen’ heeft te maken met de aanneming tot kinderen (Romeinen 9:4; Galaten 4:5) van het zaad van Abraham. 
Ds. Pieters merkt op in het Bijbelstudie boekje dat we lezen, dat in vers 17 voor het eerst in heel de Bijbel Christus wordt omschreven als Hogepriester. Net zoals de hogepriester verzoening bracht voor het volk Israël, deed Jezus verzoening voor het volk.  Deze Hogepriester is barmhartig en getrouw. Matthew Henry  legt dit als volgt uit: (1) getrouw aan God en (2) barmhartig tegenover mensen. Ook in de eerste verzen van hoofdstuk 13 wordt de getrouwheid van deze Hogepriester benadrukt.
In Hebreeën 3: 1 richt de schrijver zich voor het eerst tot de lezers (Pieters, 2015c). Zij worden opgeroepen om de focus op Christus te houden. Christenen moeten elkaar daartoe aansporen. 
De schrijver benadrukt het belang van de volharding. Ze zijn immers geroepen, zie vers 1. De lezers moeten nauwgezet, moedig en standvastig wandelen in het geloof en de praktijk van het Evangelie, opdat hun Meester bij Zijn wederkomst hen mag erkennen en goedkeuren (Matthew Henry)

 

Hebreeën 3 tot 4:12

Thema: Jezus is meer dan Mozes

Nadat de auteur laat zien dat de zoon boven de engelen staat, toont hij nu dat Hij ook superieur is aan Mozes. Hij gebruikt het beeld van een bouwwerk (lees 3: 1-6) en vergelijkt de architect-eogenaar van het huis (= Christus) met de dienaar die in het huis werkt (= Mozes). Deze belijdenis leidt tot een aansporing die hij baseert  op de houding van het volk van Israël in de woestijn (lees 3:7 tot en met 4:13). De auteur richt zich tot de Christenen van Joodse afkomst, die beproefd en ontmoedigd zijn, misschien zelfs wel verleid worden om terug te keren tot het Jodendom. Hij laat hen zien hoe de ongehoorzaamheid van Israël hen verhinderde om in te gaan tot de beloofde rust. Een Christen moet dus waakzaam zijn om niet uitgesloten te worden van de nog rijkere rust die hem wordt aangeboden. Degene die het woord van de Heere weigert zal daardoor geoordeeld worden, want de kracht daarvan is ontzagwekkend (lees 4: 12 en 13). De nabijheid van Christus bij Zijn volk wordt beschreven met aangrijpende beelden: Hij is de waarlijk menselijke Hogepriester die de verleiding gekend heeft zonder er aan toe te geven (4:14-16).Dit Bijbelgedeelte herinnert Christenen er aan dat zij geroepen zijn door God om deel te hebben aan Zijn hemelse roeping (zie 3:1), dat zij het huis van de Zoon zijn (zie 3:2 en 6 met de kanttekeningen), dat zij verbonden zijn met Christus (3:14). Deze bevoorrechte positie moet Christenen ertoe brengen om vol te houden. Christus is de Boodschapper (= Apostel), Architect van het huis van God  en de hoogste Hogepriester (lees 3: 3 en 4).

(Bron: de Bijbel in perspectief)

Hebreeën 5

Thema: Jezus onze Hogepriester

In Hebreeën 5 handelt de schrijver over Christus als Hogepriester en wil de schrijver ons hartelijk waarschuwen en bemoedigen. Door de ware Hogepriester te stellen tegenover de aardse hogepriester wordt onder andere duidelijk dat Gods kinderen zo een medelijdende en zachtmoedige Hogepriester hebben. Christus heeft Zichzelf geen eer toegekend om Hogepriester te worden, maar God heeft Hem Hogepriester gemaakt. Christus rekent het tot Zijn grootste eer om Zijn Priesterwerk aan een zondige ziel te volbrengen. Christus heeft Zichzelf geofferd tot de dood toe. Hierdoor is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak van eeuwige zaligheid geworden. Kent u of ken jij hier iets van? De schrijver waarschuwt voor geestelijke traagheid. Niet voor niets preekt ook ds. Visscher zo vaak over het levende geloof en een opwas hierin. Kent u hier iets van? Dan bent u ook niet onbekend met ‘Hij moet wassen, maar ik minder worden.’

't Oog omhoog, het hart naar boven
hier beneden is het niet
't Ware leven, lieven, loven
is maar, waar men Jezus ziet.

 

Hebreeën 6

Thema: Jezus is Gods Zoon (met daarbij de vermaning en opdracht om de voorgestelde hoop vast te houden)

Hebreeën 6 komt met de vermaning dat we niet mogen blijven steken in de basisbegrippen van het geloof. Niet steeds opnieuw hakketakken over de verschillen in de doop, de handoplegging, de opstanding der doden en het eeuwige oordeel, maar kom nu toch eens tot het volle vertrouwen op God. Want als je niet verder komt dan de intellectuele verlichting, het geloven met het hoofd, dan bestaat de kans dat je afvallig wordt!! Laat dat niet gebeuren !!  Afvallen is er náást vallen. Wèl Gods Woord horen, maar het niet gehoorzamen is alsof je de Zoon van Gos opnieuw kruisigt!

Maar er is hoop voor de gemeente Hebreeën, want er zijn vruchten gezien van dienende liefde. God zal hen zalig maken, want Jezus heeft het immers Zelf gezegd: “ Zoveel gij het aan mijn broederen (de heiligen) hebt gedaan, zo hebt gij het aan Mij gedaan!”

Laat de moed niet zakken, want de hoop is een anker voor de ziel. Ons anker zit niet in de diepte, maar in de hóógte vast, want Jezus zit aan de rechterhand van Zijn Vader als Hogepriester en Hij bidt daar voortdurend voor ons. Laten we dan onze hoofden opheffen naar omhoog, vol verwachting, niet twijfelende, maar vol goede moed en volhardend tot het eind.

 

Hebreeën 7

Thema: Het werk van ChristusMelchizedek in relatie tot de positie en het werk van Christus! 

De leer van de priesterlijke bediening van Christus is van groot belang. De Joden hadden hoogachting voor het priesterschap. In dit hoofdstuk verzekert de schrijver van de Hebreeën brief de Joden dat het Priesterschap van Christus van een andere orde is dan het priesterschap van Aáron en Levi. Daarvoor wijst de brief naar Melchizedek, die van Abraham de tienden ontving. Aáron en Levi waren nog niet geboren. Dus Melchizedek's  priesterschap was 'ouder'. Net als het priesterschap van Christus ouder is. Christus' Priesterschap is immers van eeuwigheid. Onze Heere Jezus is een Priester Koning die door een eed van Jehova is aangesteld. Ons tot een eeuwige zekerheid en zaligheid! Van daaruit worden wij opgewekt om -en dat draagt de naam Christen in zich- geestelijke priesters te zijn. (zie 1 Petrus 2:9 en Openb. 1:6) Luther wijst er op dat Hebreeën 7 en Psalm 110 de ziel en het middelpunt van het geloof bevatten. 

AGENDA

4 apr 9.30 en 18.30 dienst
5 apr 9.30 dienst
7 apr ledenvergadering
11 apr 9.30 en 18.30 dienst
13 apr vrouwenver.
15 apr 19.30 dienst
16 apr -12 ver.
17 apr -16 ver.
18 apr 9.30 en 15.30 dienst
21 apr kerkenraadsverg.
22 apr Bijbelstudiever.
25 apr 9.30 en 16.00 dienst
28 april 19.30 dienst